zondag 7 juni 2015

Veel mensen met inkomensterugval

Een kwart van de Nederlanders heeft de afgelopen drie jaar een forse inkomensterugval meegemaakt.

De belangrijkste redenen voor deze achteruitgang zijn werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of een andere baan met minder salaris. Bij de meesten daalde het inkomen tussen de 15 en 30%. Bijna de helft komt na de inkomensterugval moeilijk rond en is de grip op zijn financiën kwijt. Dit blijkt uit het onderzoek 'Minder Geld, hoe huishoudens omgaan met een inkomensdaling' van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) in opdracht van de campagne Doen&Later.
Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat mensen die zich niet voorbereiden op een terugval twee keer zo vaak financiële problemen krijgen als mensen die zich wel voorbereiden. Zonder voorbereiding komen ze na de terugval moeilijker rond, hebben ze minder grip op de financiële situatie en hebben ze meer betalingsachterstanden.

Werkloosheid hoofdreden van inkomensdaling

De belangrijkste reden voor de daling van het inkomen is werkloos raken (35%). Andere redenen zijn arbeidsongeschiktheid/langdurige ziekte (18%) en een andere baan met lager salaris (16%).

Inkomensdaling van 15% tot 30%
Bij de meeste huishoudens (40%) daalde het inkomen tussen 15 en 30% ten opzichte van het vorige inkomen. Een kwart had een daling van 15% en een derde had een daling van meer dan 30%. Voor 60% van de huishoudens met een inkomen tot 2000 euro netto per maand betekent dit een achteruitgang van maximaal 400 euro. Driekwart van de huishoudens met een inkomen tussen 2000 en 3000 euro netto per maand ging er 400 euro of meer op achteruit. En 40% van de huishoudens met een inkomen hoger dan 3000 euro netto per maand leverde meer dan 800 euro in.

Geen grip op geld na inkomensterugval

Na de inkomensterugval is de helft van de mensen de grip op zijn financiën kwijt. Ze komen veel moeilijker rond en hebben te maken met een of meerdere vormen van betalingsachterstanden (roodstand, aanmaningen, geen geld kunnen opnemen). Ook heeft 40% na de inkomensterugval geen spaargeld meer, tegen 25% die dat vooraf al niet had.

40% bereidt zich voor

Twee op de vijf mensen heeft zich voorbereid op de inkomensterugval. Zij deden dit door minder uit te geven, abonnementen en contracten op te zeggen, de financiën op een rij te zetten en extra te sparen. Mensen die zich voorbereiden komen na de inkomensdaling makkelijker rond, hebben minder financiële problemen en hebben ook meer spaargeld. Driekwart van hen geeft aan grip te hebben op de financiën, tegen 42% die zich niet heeft voorbereid.

Voorbereiden op inkomensterugval loont

Het Nibud is onder de indruk van de impact die wel of geen voorbereiding op de inkomensterugval heeft. Mensen die niet zich niet voorbereiden, krijgen twee keer zo vaak financiële problemen als mensen die dat wel doen. De reden en de hoogte van de inkomensdaling, en de hoogte van het inkomen hebben geen invloed op het hebben van grip op de financiën na de inkomensdaling.




Nibud juni 2015

Hoe bereid je je voor?

Het Nibud vindt het opvallend om te zien dat maar liefst 30% van de mensen die zich niet hadden voorbereid, geen idee heeft hoe zij zich hadden moeten voorbereiden. En een derde van de mensen vindt achteraf gezien dat ze meer hadden moeten doen. Reden voor het Nibud om meer voorlichting te gaan geven over financiële voorbereiding op een mogelijke inkomensachteruitgang. Het Nibud raadt mensen aan om óók als er niets aan de hand is, inzicht te krijgen in de gevolgen van bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of langdurige ziekte. Het kan namelijk iedereen overkomen. Als de consument hier al een keer over nagedacht heeft, kan hij daar makkelijker op inspelen als er daadwerkelijk iets met hem gebeurt.

Stappenplan voorbereid zijn op inkomensterugval

1) Bedenk hoeveel uw inkomen kan dalen.
2) Zet uw uitgaven op een rij.
3) Bereken uw financiële speelruimte.
4) Spaar maandelijks een vast bedrag.

Achtergronden bij het onderzoek

Voor het onderzoek 'Minder Geld, hoe huishoudens zich voorbereiden op een inkomensdaling' hebben 1959 respondenten een online vragenlijst ingevuld, van wie 27% een inkomensterugval heeft meegemaakt. De respondenten zijn geworven via het panel StemPunt van Motivaction. Het onderzoek is representatief voor de Nederlandse bevolking tussen de 35 en 55 jaar. Het veldwerk is uitgevoerd van 26 maart tot en met 9 april 2015. Het onderzoek is gehouden in opdracht van Doen & Later, een bewustwordingscampagne van banken en verzekeraars om mensen na te laten denken over de toekomst.

Achtergrond campagne Doen & Later

Doen&Later, een campagne van Rabobank, PGGM, Espria, Zilveren Kruis en CZ, wil mensen bewuster maken van de impact van hun keuzes op hun oude dag. De initiatiefnemers begonnen deze campagne omdat mensen zich wel zorgen maken over de toekomst, maar vaak weinig inzicht hebben in de gevolgen van hun keuzes. Daarom bereiden ze zich vaak niet voor op de toekomst, terwijl er steeds meer mogelijkheden zijn om keuzes te maken in pensioen, woning, gezondheid en zorgvoorzieningen. Zo kunnen mensen zich beter voorbereiden op onverwachte gebeurtenissen, zoals een inkomensterugval.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: Nibud -

woensdag 3 juni 2015

Taxatieregister komt er!

De vastgoedtaxateurs zijn er uit. Na jaren van moeizaam overleg zijn de verschillende brancheverenigingen het eens over de oprichting van een speciaal register dat moet zorgen voor onafhankelijke taxateurs. Dat maakt Karel Schiffer, voorzitter van het register, donderdag bekend tijdens vastgoedbeurs Provada.

Professionalisering

Toezichthouders AFM en DNB dringen al lange tijd aan op professionalisering van de sector. In het verleden schortte het nog al eens aan de onafhankelijkheid van taxateurs. Het kwam bijvoorbeeld voor dat taxateurs tot een hogere waardering van een gebouw kwamen omdat opdrachtgevers dat vroegen.
Taxateurs in het register moeten zich aan gedragsregels houden. Zo mogen ze niet langer hetzelfde pand taxeren en verkopen. De kwaliteit van taxaties wordt steekproefsgewijs gecontroleerd, er komt een meldplicht bij misstanden, een klachtenloket voor opdrachtgevers en tuchtrecht met als strengste sanctie verwijdering uit het register. ‘Dat betekent in de praktijk dat je niet meer aan de bak komt,’ zegt Schiffer.

Nog wel bewijzen

‘De basis is goed, maar het register moet zich nog bewijzen in de praktijk’ zegt Wendy Verschoor, voorzitter van RICS Nederland, een internationaal kwaliteitskeurmerk voor onder meer taxateurs. ‘Ik hoop dat dit register een kentering te weeg brengt in de sector en men elkaar niet langer de hand boven het hoofd houdt.’


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: FD -

woensdag 27 mei 2015

Al het spaargeld verzamelen... U mag nog minder lenen!

Het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) adviseert aan volgende kabinetten om de Loan-to-Value (LTV)-limiet geleidelijk verder af te bouwen tot een niveau van 90% in 2028.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) maakt zich al langer zorgen over de risico’s van de schuldenproblematiek voor Nederlandse huishoudens en is voorstander om de LTV-limiet na 2018 verder te verlagen.

In het FSC zitten vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, de Nederlandsche Bank en de AFM. De AFM maakt zich sinds enige jaren sterk voor verantwoorde kredietverlening. Met een verdere stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet, conform het FSC advies, zal het restschuldrisico’s voor Nederlandse huishoudens verder worden beperkt.

Hoge schuldenlast Nederlandse huishoudens
Nederland doet het internationaal gezien slecht als we naar de gemiddelde schulden per huishouden kijken. Het grootste deel van deze schulden is gerelateerd aan hypotheken. De relatief hoge hypotheekschuld maakt Nederlandse huishoudens erg kwetsbaar voor sterke huizenprijsdalingen en financiële tegenslagen. Een terugval in het inkomen, bijvoorbeeld bij werkloosheid of scheiding, kan dan al snel leiden tot betalingsproblemen. Als die problemen structureel van aard zijn, dan is verkoop van de woning soms onvermijdelijk. Dit kan dan leiden tot een hoge restschuld die consumenten nog lang in hun greep kan houden.

De AFM maakt zich zorgen om de risico’s van de schuldenproblematiek voor Nederlandse huishoudens. Om huishoudens bij financiële tegenvallers meer weerbaar te maken is een verdere stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet noodzakelijk. Huishoudens zouden zodoende in 2028 een hypotheek moeten kunnen krijgen die maximaal 90% van de woningwaarde bedraagt.

Noodzaak verdere verlaging LTV-ratio
Nederland kent vergeleken met de ons omringende landen een hoge gemiddelde LTV-ratio. Dit terwijl de afgelopen jaren nog eens hebben aangetoond dat de huizenmarkt kwetsbaar is. In Nederland hebben momenteel bijna een miljoen huishoudens een hypotheek die hoger is dan de waarde van de woning. De regering heeft in de afgelopen jaren een aantal hervormingen doorgevoerd om de consumentenrisico’s op de hypotheekmarkt te verkleinen. De daarbij ingezette verlaging van de LTV-ratio naar 100% maakt huishoudens – met name starters – echter nog altijd kwetsbaar gedurende de eerste jaren van de hypotheek. In die periode is er namelijk nog weinig afgelost en is het risico op een restschuld bij een huisprijsdaling groot. Een lagere LTV limiet biedt betere bescherming tegen restschuldrisico’s.

Consumptief krediet als alternatieve financiering onwenselijk
Bij een verdere verlaging van de LTV-limiet is het onwenselijk dat huishoudens consumptief krediet als alternatief voor hypothecaire krediet voor de aanschaf van een woning gaan gebruiken. Wanneer de LTV-limiet na 2018 verder zou worden verlaagd dan is van belang dat de huidige lijn van de (VFN) gedragscode wordt gevolgd. De AFM zal hier via haar toezicht richting aan geven en op toezien.

Het Financieel Stabiliteitscomité
De vergadering van het Financieel Stabiliteitscomité vond plaats op dinsdag 12 mei 2015. In dit comité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën ten minste twee keer per jaar onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB en het ministerie van BZK hebben als externe deskundigen aan de beraadslagingen deelgenomen.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: AFM -

dinsdag 5 mei 2015

Spectaculaire rentestijging




In absolute percentages is de Duitse tienjaarsrente nog steeds vrijwel verwaarloosbaar, maar niettemin is de stijging spectaculair. Het leentarief van Duitsland, de maatstaf van veiligheid in de eurozone, stond op 20 april op 0,07%. Dinsdag aan het einde van de dag was dat meer dan 0,5%.

Minsten zo spectaculair zijn de rentebewegingen in het zuiden van de muntunie - Griekenland al niet meer meegerekend. Dinsdag stegen de leenvergoedingen van Spanje, Italië en Portugal met zo'n 30 basispunten (0,3%). Enkele jaren geleden zou dat een indicatie zijn van gierende paniek in de markten.

Meer info... [pdf]


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: FD -

woensdag 29 april 2015

Meer huizen 'boven' water

Het aantal huizen dat 'onder water' staat is aan het afnemen. Economen van de Rabobank schatten dat het afgelopen jaar circa 165.000 woningen weer 'boven water' zijn gekomen door de herstellende woningmarkt.
Dit betekent dat bij steeds meer huizen de waarde van het onderpand hoger is dan de hoogte van de hypotheek.


Nu hebben nog zo'n 900.000 huishoudens een hogere hypotheekschuld dan dat hun woning waard is. Dat komt neer op een kwart van het totaal aantal huishoudens, schrijft Rabobank in een donderdag gepubliceerd rapport. Een jaar geleden ging het nog om afgerond 1,1 miljoen woningen, een daling van zo'n 15 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Volgens Rabobank is de afname een gevolg van het stijgen van de huizenprijzen. "In 2014 stegen de huizenprijzen gemiddeld met 0,9%, de eerste prijsstijging sinds 2008", zegt woningmarkteconoom Pieter van Dalen van de Rabobank. "Dit is positief voor de huizenbezitter met onderwaarde."

Ook telde de bank vorig jaar een recordaantal extra aflossingen op hypotheken. "Bij de Rabobank alleen al 4 miljard euro vorig jaar", aldus Van Dalen.



Door: ANP/NU.nl


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: NU.nl -

dinsdag 28 april 2015

Scheiden? Hoe moet dat met uw hypotheek

Als u een hypotheek heeft en u en uw partner gaan uit elkaar, dan komt daar veel bij kijken. Meestal zijn er twee opties: of u verkoopt het huis of een van beide partners blijft wonen in het huis. De laatste optie heeft als gevolg dat de bank gaat kijken of u het bedrag alleen kunt lenen. Er zijn nieuwe strengere regels, maar de bank moet rekening houden met uw belang.


De AFM kan zich situaties voorstellen waarin het wenselijk is dat er (in beperkte mate) van de normen wordt afgeweken bij echtscheiding of relatiebreuk van twee personen die gezamenlijk een hypothecair krediet hebben afgesloten. De belangrijkste redenen voor het maken van deze uitzonderingen zijn de volgende:

Er is al een gezamenlijke hypotheek. Als beide partners de woning zouden moeten verlaten kan dat voor een ongewenste financiële situatie zorgen.
Bij het bepalen van de maximale leencapaciteit wordt rekening gehouden met een buffer voor onvoorziene omstandigheden door bij toetsing uit te gaan van een 30-jarige annuïtaire hypotheek.
Echtscheiding is een onvoorziene omstandigheid.
De AFM vindt dat tijdelijke toetsing zonder rekening te houden met de noodzakelijke buffer mogelijk kan zijn bij echtscheiding. Belangrijke voorwaarde is de betaalbaarheid van de hypotheeklasten. De adviseur moet daarbij uiteraard een adequate afweging te maken.

Meer informatie
AFM: Hypotheek en echtscheiding



- Pascal de Roo gebruik makend van bron: AFM -

donderdag 16 april 2015

Minder onderhandelingsruimte




Het verschil tussen de oorspronkelijke vraagprijs en de transactieprijs bij verkochte woningen is begin 2015 gedaald tot 5,3%.

Begin 2013 was dit verschil nog meer dan 10%. De belangrijkste oorzaak is het toenemende deel van de transacties dat snel verkocht wordt en vanuit de eerste vraagprijs.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: NVM -