woensdag 17 juni 2015

Gaan we er €800,- op vooruit?

Een gemiddeld huishouden met één of twee werkenden gaat er in het nieuwe belastingstelsel 800 euro op vooruit en voor 2016 gaan de lasten met 5 miljard omlaag.

Bronnen bevestigen deze via de NOS uitgelekte plannen voor de veelomvattende belastingherziening.

Het pakket van lastenverlichtingen moet ervoor zorgen dat de koopkracht gemiddeld met 2 procent zal stijgen. Voor de lage inkomens is de stijging van de koopkracht iets hoger dan voor de hogere inkomens.

Het kabinet wil de plannen realiseren door de arbeidskorting te verhogen en middels een verlaging van het belastingtarief voor de middeninkomens: van 42 naar 40 procent.

Ook krijgen gezinnen met lage inkomens en met kinderen tot twaalf jaar een belastingvoordeel en wordt de kinderopvangtoeslag verhoogd. Dit moet 25 tot 50 euro opleveren.

Pakket 1

Volgens de NOS is de lastenverlichting onderdeel van het zogeheten 'pakket 1', oftewel het pakket dat niet onderhandelbaar is.

Over de onderdelen in 'pakket 2' kan wel onderhandeld worden. Dit betreft onder andere het woensdag uitgelekte voornemen om bij veel goederen en diensten de btw te verhogen naar 21 procent.

Veel belangengroepen reageerden furieus, omdat veel dingen zoals de kapper hierdoor duurder worden. Het kabinet wil met deze opbrengsten de lasten op arbeid verlagen.

Openbaarmaking

Op het ministerie van Financiën werd woensdagavond door vertegenwoordigers van coalitie en oppositie gesproken over de belastingherziening.

Na afloop werd duidelijk dat het kabinet met een brief komt met de hoofdlijnen van het maandag bereikte akkoord tussen VVD en PvdA. Dit was voor veel partijen een voorwaarde om te gaan praten.

De oppositie drong al langer aan op openbaarmaking van het akkoord. De coalitie wilde echter niets openbaar maken voordat er een overeenkomst was met de oppositie, omdat dit de kans op een akkoord zou verkleinen.

Zodra het kabinet de hoofdlijnenbrief naar de Kamer heeft gestuurd, zal hierover een debat worden gevoerd.

Optimistisch

De coalitiepartijen toonden zich na afloop van het overleg optimistisch er met de partijen uit te kunnen komen. PvdA-leider Diederik Samsom: "Het gesprek verliep in een goede sfeer. Ik denk dat het wel gaat lukken."

Halbe Zijlstra (VVD): "Op basis van dit overleg is er voldoende vertrouwen dat we een werkbare meerderheid kunnen vinden in de Tweede en Eerste Kamer." Premier Mark Rutte en staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) zeiden woordelijk hetzelfde.

De oppositiepartijen reageerden echter verdeeld. D66, ChristenUnie, GroenLinks en SGP zijn tevreden dat de plannen in een brief naar de Kamer gaan. "Er komt een brief, dat is winst", zei Jesse Klaver (GroenLinks).

Het CDA was minder positief. Fractieleider Sybrand Buma hekelde het feit dat er delen van het plan zijn gelekt naar de media. "Breng het hele verhaal naar buiten", aldus Buma. Hij heeft wel de intentie om verder te praten.

Zijlstra en Rutte benadrukten wel de verdere onderhandelingen "in vertrouwen" te willen voeren.

Overleg

Bij het overleg op Financiën zat vanuit het kabinet naast Rutte en Wiebes ook vicepremier Lodewijk Asscher. Vanuit de Kamer waren verder ook Alexander Pechtold (D66), Arie Slob (D66) en Kees van der Staaij (SGP) aanwezig.

Henk Krol (50Plus) schoof ook aan, maar vertrok na een kwartier weer, omdat hij niet mee wilde werken aan geheimhouding.

De SP sloeg de uitnodiging van Wiebes af. Partijleider Emile Roemer voelde er niets voor om te onderhandelen in "de achterkamertjes".




- Pascal de Roo gebruik makend van bron: NU.nl -

Consument blijft optimistisch over woningmarkt

Het consumentenvertrouwen in de woningmarkt houdt onverminderd aan. Dit blijkt uit de jongste stand van de Eigen Huis Marktindicator.

De stemmingsgraadmeter van de woningmarkt kwam in mei uit op 105 punten, tegen een normaalwaarde van 100. Dit is een evenaring van de recordwaarde die de Marktindicator in december vorig jaar bereikte. In de tussenliggende maanden bleef de wijzer stabiel boven de 100-puntengrens.




Het aanhoudende vertrouwen in de woningmarkt is vooral te danken aan de historisch lage hypotheekrente. Daarnaast waarderen consumenten de relatief betaalbare huizenprijzen en het ruime koopwoningaanbod.

Verwachtingen

Bijna de helft van de Nederlanders verwacht dat de lage hypotheekrente op peil blijft of zelfs verder daalt. Ruim een kwart van de bevolking rekent daarentegen op een rentestijging. Hoe de markt en het consumentenvertrouwen daarop zullen reageren, is niet te zeggen. De rente loopt momenteel iets op, maar is historisch gezien nog steeds erg laag.

Wel verwachten steeds meer Nederlanders (61 %) dat de huizenprijzen het komende jaar iets toenemen. Vorig jaar mei was nog 41 % van de ondervraagden die mening toegedaan. Een ruime meerderheid verwachtte destijds eerder een verder prijsdaling of -stabilisatie.

Gevolgen wijzigingen

Een andere mogelijke aanleiding voor het aanhoudende consumentenvertrouwen, is dat veel kopers de nieuwe, strengere leennormen per 1 juli voor willen zijn. Vanaf die datum gaat ook de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie omlaag van € 265.000 nu naar € 245.000. Ten slotte wordt ook het lage btw-tarief over de loonkosten bij onderhoud of verbouwingen teruggeschroefd naar 21 %.

Of deze wijzingen gevolgen hebben voor het consumentenvertrouwen in de woningmarkt, zal de junimeting van de Eigen Huis Marktindicator moeten uitwijzen.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: VEH -

woensdag 10 juni 2015

Restschuld financieren blijft lastig


Huiseigenaren kunnen een restschuld die overblijft na verkoop van hun woning steeds vaker onderbrengen in nieuwe hypotheken. Bij sommige geldverstrekkers is herfinancieren echter nog niet mogelijk en een aantal grote marktpartijen wijst een schuld met Nationale Hypotheek Garantie af.

Dat blijkt uit een marktpeiling van Vereniging Eigen Huis (VEH).
Onder meer geldverstrekkers Syntrus Achmea, Lloyds Bank en Argenta bieden nog geen mogelijkheid een restschuld mee te financieren in een nieuwe hypotheek.

Nationale-Nederlanden en Delta Lloyd zijn alleen bereid een restschuldlening te verstrekken als de klant afziet van de NHG. Dat kan volgens VEH leiden tot een hogere rente. De vereniging roept de twee verzekeraars in een brief op de ''klantonvriendelijke voorwaarde'' te schrappen.
Er zijn nu overigens wel meer verzekeraars dan vorig jaar die mogelijkheden voor restschuldfinanciering aanbieden, aldus de VEH. ''Maar ze lopen nog achter bij een aantal grote banken, die steeds vaker niet alleen bestaande klanten aanbieden om een restschuld mee te financieren, maar ook nieuwe klanten'', aldus de organisatie.

Weinig animo
De belangstelling van huiseigenaren voor restschuldfinanciering is nog beperkt, merkt de VEH op. Daarbij wordt gewezen naar data van NHG, waaruit blijkt dat vorig jaar 437 huizenkopers gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid. ''Het animo neemt dit jaar wel wat toe, in het eerste kwartaal van 2015 noteerde NHG 233 aangemelde garanties met een meegefinancierde restschuld'', aldus de Vereniging Eigen Huis.



- Pascal de Roo gebruik makend van bron: NU.nl -

zondag 7 juni 2015

Veel mensen met inkomensterugval

Een kwart van de Nederlanders heeft de afgelopen drie jaar een forse inkomensterugval meegemaakt.

De belangrijkste redenen voor deze achteruitgang zijn werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of een andere baan met minder salaris. Bij de meesten daalde het inkomen tussen de 15 en 30%. Bijna de helft komt na de inkomensterugval moeilijk rond en is de grip op zijn financiën kwijt. Dit blijkt uit het onderzoek 'Minder Geld, hoe huishoudens omgaan met een inkomensdaling' van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) in opdracht van de campagne Doen&Later.
Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat mensen die zich niet voorbereiden op een terugval twee keer zo vaak financiële problemen krijgen als mensen die zich wel voorbereiden. Zonder voorbereiding komen ze na de terugval moeilijker rond, hebben ze minder grip op de financiële situatie en hebben ze meer betalingsachterstanden.

Werkloosheid hoofdreden van inkomensdaling

De belangrijkste reden voor de daling van het inkomen is werkloos raken (35%). Andere redenen zijn arbeidsongeschiktheid/langdurige ziekte (18%) en een andere baan met lager salaris (16%).

Inkomensdaling van 15% tot 30%
Bij de meeste huishoudens (40%) daalde het inkomen tussen 15 en 30% ten opzichte van het vorige inkomen. Een kwart had een daling van 15% en een derde had een daling van meer dan 30%. Voor 60% van de huishoudens met een inkomen tot 2000 euro netto per maand betekent dit een achteruitgang van maximaal 400 euro. Driekwart van de huishoudens met een inkomen tussen 2000 en 3000 euro netto per maand ging er 400 euro of meer op achteruit. En 40% van de huishoudens met een inkomen hoger dan 3000 euro netto per maand leverde meer dan 800 euro in.

Geen grip op geld na inkomensterugval

Na de inkomensterugval is de helft van de mensen de grip op zijn financiën kwijt. Ze komen veel moeilijker rond en hebben te maken met een of meerdere vormen van betalingsachterstanden (roodstand, aanmaningen, geen geld kunnen opnemen). Ook heeft 40% na de inkomensterugval geen spaargeld meer, tegen 25% die dat vooraf al niet had.

40% bereidt zich voor

Twee op de vijf mensen heeft zich voorbereid op de inkomensterugval. Zij deden dit door minder uit te geven, abonnementen en contracten op te zeggen, de financiën op een rij te zetten en extra te sparen. Mensen die zich voorbereiden komen na de inkomensdaling makkelijker rond, hebben minder financiële problemen en hebben ook meer spaargeld. Driekwart van hen geeft aan grip te hebben op de financiën, tegen 42% die zich niet heeft voorbereid.

Voorbereiden op inkomensterugval loont

Het Nibud is onder de indruk van de impact die wel of geen voorbereiding op de inkomensterugval heeft. Mensen die niet zich niet voorbereiden, krijgen twee keer zo vaak financiële problemen als mensen die dat wel doen. De reden en de hoogte van de inkomensdaling, en de hoogte van het inkomen hebben geen invloed op het hebben van grip op de financiën na de inkomensdaling.




Nibud juni 2015

Hoe bereid je je voor?

Het Nibud vindt het opvallend om te zien dat maar liefst 30% van de mensen die zich niet hadden voorbereid, geen idee heeft hoe zij zich hadden moeten voorbereiden. En een derde van de mensen vindt achteraf gezien dat ze meer hadden moeten doen. Reden voor het Nibud om meer voorlichting te gaan geven over financiële voorbereiding op een mogelijke inkomensachteruitgang. Het Nibud raadt mensen aan om óók als er niets aan de hand is, inzicht te krijgen in de gevolgen van bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of langdurige ziekte. Het kan namelijk iedereen overkomen. Als de consument hier al een keer over nagedacht heeft, kan hij daar makkelijker op inspelen als er daadwerkelijk iets met hem gebeurt.

Stappenplan voorbereid zijn op inkomensterugval

1) Bedenk hoeveel uw inkomen kan dalen.
2) Zet uw uitgaven op een rij.
3) Bereken uw financiële speelruimte.
4) Spaar maandelijks een vast bedrag.

Achtergronden bij het onderzoek

Voor het onderzoek 'Minder Geld, hoe huishoudens zich voorbereiden op een inkomensdaling' hebben 1959 respondenten een online vragenlijst ingevuld, van wie 27% een inkomensterugval heeft meegemaakt. De respondenten zijn geworven via het panel StemPunt van Motivaction. Het onderzoek is representatief voor de Nederlandse bevolking tussen de 35 en 55 jaar. Het veldwerk is uitgevoerd van 26 maart tot en met 9 april 2015. Het onderzoek is gehouden in opdracht van Doen & Later, een bewustwordingscampagne van banken en verzekeraars om mensen na te laten denken over de toekomst.

Achtergrond campagne Doen & Later

Doen&Later, een campagne van Rabobank, PGGM, Espria, Zilveren Kruis en CZ, wil mensen bewuster maken van de impact van hun keuzes op hun oude dag. De initiatiefnemers begonnen deze campagne omdat mensen zich wel zorgen maken over de toekomst, maar vaak weinig inzicht hebben in de gevolgen van hun keuzes. Daarom bereiden ze zich vaak niet voor op de toekomst, terwijl er steeds meer mogelijkheden zijn om keuzes te maken in pensioen, woning, gezondheid en zorgvoorzieningen. Zo kunnen mensen zich beter voorbereiden op onverwachte gebeurtenissen, zoals een inkomensterugval.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: Nibud -

woensdag 3 juni 2015

Taxatieregister komt er!

De vastgoedtaxateurs zijn er uit. Na jaren van moeizaam overleg zijn de verschillende brancheverenigingen het eens over de oprichting van een speciaal register dat moet zorgen voor onafhankelijke taxateurs. Dat maakt Karel Schiffer, voorzitter van het register, donderdag bekend tijdens vastgoedbeurs Provada.

Professionalisering

Toezichthouders AFM en DNB dringen al lange tijd aan op professionalisering van de sector. In het verleden schortte het nog al eens aan de onafhankelijkheid van taxateurs. Het kwam bijvoorbeeld voor dat taxateurs tot een hogere waardering van een gebouw kwamen omdat opdrachtgevers dat vroegen.
Taxateurs in het register moeten zich aan gedragsregels houden. Zo mogen ze niet langer hetzelfde pand taxeren en verkopen. De kwaliteit van taxaties wordt steekproefsgewijs gecontroleerd, er komt een meldplicht bij misstanden, een klachtenloket voor opdrachtgevers en tuchtrecht met als strengste sanctie verwijdering uit het register. ‘Dat betekent in de praktijk dat je niet meer aan de bak komt,’ zegt Schiffer.

Nog wel bewijzen

‘De basis is goed, maar het register moet zich nog bewijzen in de praktijk’ zegt Wendy Verschoor, voorzitter van RICS Nederland, een internationaal kwaliteitskeurmerk voor onder meer taxateurs. ‘Ik hoop dat dit register een kentering te weeg brengt in de sector en men elkaar niet langer de hand boven het hoofd houdt.’


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: FD -

woensdag 27 mei 2015

Al het spaargeld verzamelen... U mag nog minder lenen!

Het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) adviseert aan volgende kabinetten om de Loan-to-Value (LTV)-limiet geleidelijk verder af te bouwen tot een niveau van 90% in 2028.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) maakt zich al langer zorgen over de risico’s van de schuldenproblematiek voor Nederlandse huishoudens en is voorstander om de LTV-limiet na 2018 verder te verlagen.

In het FSC zitten vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, de Nederlandsche Bank en de AFM. De AFM maakt zich sinds enige jaren sterk voor verantwoorde kredietverlening. Met een verdere stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet, conform het FSC advies, zal het restschuldrisico’s voor Nederlandse huishoudens verder worden beperkt.

Hoge schuldenlast Nederlandse huishoudens
Nederland doet het internationaal gezien slecht als we naar de gemiddelde schulden per huishouden kijken. Het grootste deel van deze schulden is gerelateerd aan hypotheken. De relatief hoge hypotheekschuld maakt Nederlandse huishoudens erg kwetsbaar voor sterke huizenprijsdalingen en financiële tegenslagen. Een terugval in het inkomen, bijvoorbeeld bij werkloosheid of scheiding, kan dan al snel leiden tot betalingsproblemen. Als die problemen structureel van aard zijn, dan is verkoop van de woning soms onvermijdelijk. Dit kan dan leiden tot een hoge restschuld die consumenten nog lang in hun greep kan houden.

De AFM maakt zich zorgen om de risico’s van de schuldenproblematiek voor Nederlandse huishoudens. Om huishoudens bij financiële tegenvallers meer weerbaar te maken is een verdere stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet noodzakelijk. Huishoudens zouden zodoende in 2028 een hypotheek moeten kunnen krijgen die maximaal 90% van de woningwaarde bedraagt.

Noodzaak verdere verlaging LTV-ratio
Nederland kent vergeleken met de ons omringende landen een hoge gemiddelde LTV-ratio. Dit terwijl de afgelopen jaren nog eens hebben aangetoond dat de huizenmarkt kwetsbaar is. In Nederland hebben momenteel bijna een miljoen huishoudens een hypotheek die hoger is dan de waarde van de woning. De regering heeft in de afgelopen jaren een aantal hervormingen doorgevoerd om de consumentenrisico’s op de hypotheekmarkt te verkleinen. De daarbij ingezette verlaging van de LTV-ratio naar 100% maakt huishoudens – met name starters – echter nog altijd kwetsbaar gedurende de eerste jaren van de hypotheek. In die periode is er namelijk nog weinig afgelost en is het risico op een restschuld bij een huisprijsdaling groot. Een lagere LTV limiet biedt betere bescherming tegen restschuldrisico’s.

Consumptief krediet als alternatieve financiering onwenselijk
Bij een verdere verlaging van de LTV-limiet is het onwenselijk dat huishoudens consumptief krediet als alternatief voor hypothecaire krediet voor de aanschaf van een woning gaan gebruiken. Wanneer de LTV-limiet na 2018 verder zou worden verlaagd dan is van belang dat de huidige lijn van de (VFN) gedragscode wordt gevolgd. De AFM zal hier via haar toezicht richting aan geven en op toezien.

Het Financieel Stabiliteitscomité
De vergadering van het Financieel Stabiliteitscomité vond plaats op dinsdag 12 mei 2015. In dit comité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën ten minste twee keer per jaar onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB en het ministerie van BZK hebben als externe deskundigen aan de beraadslagingen deelgenomen.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: AFM -

dinsdag 5 mei 2015

Spectaculaire rentestijging




In absolute percentages is de Duitse tienjaarsrente nog steeds vrijwel verwaarloosbaar, maar niettemin is de stijging spectaculair. Het leentarief van Duitsland, de maatstaf van veiligheid in de eurozone, stond op 20 april op 0,07%. Dinsdag aan het einde van de dag was dat meer dan 0,5%.

Minsten zo spectaculair zijn de rentebewegingen in het zuiden van de muntunie - Griekenland al niet meer meegerekend. Dinsdag stegen de leenvergoedingen van Spanje, Italië en Portugal met zo'n 30 basispunten (0,3%). Enkele jaren geleden zou dat een indicatie zijn van gierende paniek in de markten.

Meer info... [pdf]


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: FD -